Procedure

  • Obducties worden in de regel op werkdagen en niet in het weekend gedaan
  • Indien de aanvraag op vrijdagmiddag na 13:30 binnenkomt, zal de obductie op maandagochtend plaatsvinden
  • Voor het aanvragen van een obductie in het weekend hoeft geen contact met een patholoog te worden opgenomen
  • Een obductie-aanvraag wordt pas behandeld wanneer de aanvraag (per fax, mail of ordercommunicatie) door ons laboratorium is ontvangen
  • De obductie kan pas aanvangen indien de vragen 1, 3 en 5 met ja zijn beantwoord
    (Zie: Instructies voor het aanvragen van een obductie)

Wetgeving: toestemming obductie

  • Aanvragen voor obducties moeten door een arts aangemeld worden middels een obductie-aanvraagformulier of kinderobductie-aanvraagformulier

Klik hier voor het aanvraagformulier obductie

Klik hier voor het aanvraagformulier kinderobductie

Alleen aanvraagformulieren die volledig ingevuld en ondertekend zijn, worden in behandeling genomen. Lees meer!

Voor logistieke vragen omtrent dit onderzoek kunt u contact opnemen met Cura Mortu Orum (CMO), telefoon 015 – 219 88 17.

Alvorens een obductie aangevraagd wordt, moet een aantal zaken worden geverifieerd:

1. Is er sprake van een natuurlijke dood?

Natuurlijk overlijden is niet bij wet gedefinieerd, maar een bruikbare omschrijving is: overlijden uitsluitend ten gevolge van een spontane ziekte of ouderdom. Indien een persoon overlijdt t.g.v. een ziekte, die niet spontaan is opgelopen (b.v. infectie opgelopen op een bloemenveiling, hartinfarct ontstaan aansluitend aan een ruzie) of voortvloeit uit een trauma (b.v. collumfractuur) of vergiftiging is er sprake van een niet-natuurlijke dood.

Er is slechts één uitzondering op het spontane karakter van overlijden n.l. indien het overlijden volgt na complicaties van lege artis medisch handelen.

Bij verdenking op een niet-natuurlijke dood dient een (behandelend) arts onmiddellijk de gemeentelijke lijkschouwer (forensisch geneeskundige) te waarschuwen (Forensische Artsen Rotterdam Rijnmond – FARR 010 – 244 71 82).

Indien dit vermoeden pas tijdens de sectie ontstaat, dient de sectie te worden stilgelegd en zal de patholoog de betreffende clinicus waarschuwen, met wie overlegd wordt hoe verder te gaan.

2. Indien geen natuurlijke dood: Is het lichaam vrijgegeven door de officier van justitie?

Een lichaam kan pas worden vrijgegeven nadat het in beslag is genomen. Op grond van lokale afspraken tussen de forensisch geneeskundige en het Openbaar Ministerie kan het zijn dat de forensisch geneeskundige bevoegd is bepaalde gevallen van niet-natuurlijk overlijden af te handelen zonder tussenkomst van politie of justitie (bijvoorbeeld een collumfractuur).

Indien een lichaam is vrijgegeven is het verstandig dit per fax te laten bevestigen door de (dienstdoende) officier van justitie. (Beter is de vraag als volgt te formuleren: Indien geen natuurlijke dood: Is het lichaam nog in beslaggenomen door de officier van justitie?)

In de praktijk blijkt dat een forensisch geneeskundige niet steeds bereid is om een lichaam te schouwen. Wanneer de aanvragend arts dit duidelijk op het sectie aanvraagformulier vermeld heeft, is het gewettigd de sectie aan te vangen.

3. Is er toestemming van de familie voor lichaamsobductie?

Uitsluitend indien er toestemming is van de wettelijke vertegenwoordiger van de overledene kan een lichaamsobductie plaatsvinden. Indien de familie geen consensus kan bereiken, is het verstandig om de sectie niet te laten plaatsvinden.

Indien (bij de arts) geen familie bekend is en de arts toch graag een sectie wil, is het mogelijk dat bijvoorbeeld de burgemeester toestemming geeft voor een sectie. In de praktijk is enkele malen gebleken dat geruime tijd na het overlijden alsnog nabestaanden door de politie zijn gevonden en dat het feit dat dan zonder toestemming een sectie is verricht aanleiding kan zijn tot het (dreigen van) indienen van schadeclaims.

4. Is er een indicatie voor een schedelobductie?

Een schedelsectie kan niet altijd onzichtbaar geschieden (bijvoorbeeld wanneer de patiënt weinig hoofdhaar heeft). Ziekelijke afwijkingen aan de hersenen komen zelden voor zonder dat bij leven reeds neurologische afwijkingen zijn gebleken. Daarnaast kan optimaal neuropathologisch onderzoek slechts plaatsvinden indien de hersenen circa 2 weken zijn gefixeerd. Deze argumenten maken het niet zinvol om routinematig een schedelobductie te verrichten.

5. Is er toestemming van de familie voor een schedelobductie?

Samenhangend met vraag 4 en de recente maatschappelijke onrust omtrent het bewaren van lijkdelen na een sectie, dient de familie nadrukkelijk toestemming te verlenen voor het verrichten van een schedelobductie, waarbij de patholoog ervan uitgaat dat de behandelend arts de familie goed heeft voorgelicht wat daar onder verstaan wordt.

Uitzonderingen

  • Indien er sprake is van besmettelijke ziekte of verdenkingen hierop (HIV, Hepatitis C, Creutzfeldt-Jacob) wordt de obductie niet door Pathan-pathologen verricht
  • Voor obducties betreffende patiënten met Creutzfeldt-Jacob is de afspraak dat deze door de afdeling Pathologie van het UMC Utrecht gedaan worden. De aanvrager dient zelf contact op te nemen met deze afdeling. De aanvraag verloopt echter wel via Pathan volgens procedure alg P 014.
  • Voor verdere vragen kan men zich wenden tot de coördinator Logistiek via het algemene nummer van Pathan: 010 – 461 66 61
  • Buiten openingstijden (08.00 – 17.30 uur) is een patholoog bereikbaar via de telefooncentrale van het Franciscus Gasthuis: 010 – 461 61 61