Obducties worden in de regel gedaan op werkdagen en niet in het weekend. Indien de aanvraag op vrijdagmiddag na 13:30 uur binnenkomt, zal de obductie op maandagochtend plaatsvinden.

Voor het aanvragen van een obductie in het weekend hoeft geen contact opgenomen te worden met een patholoog.

Aanvragen voor obducties dienen door een arts aangemeld te worden middels een aanvraagformulier (eventueel vergezeld van een toestemmingsformulier), beschikbaar via de website van Pathan.

Alleen een volledig ingevuld en ondertekend aanvraagformulier wordt in behandeling genomen. Dit formulier kunt u per email (info@pathan.nl) terugzenden naar Pathan.

Daarnaast dienen deze formulieren ook bij het lichaam aanwezig te zijn.

Voor logistieke vragen omtrent dit type onderzoek kunt u contact opnemen met Cura Mortu Orum (CMO), tel 015-2198817.

De aanvraagformulieren voor obductie bevinden zich in de “verzamelmap overlijdenspapieren”, die op elke afdeling aanwezig is

Alles over het aanvragen van obducties ZS kunt u vinden in document “Aanvragen Obductie”. Een voorlichtingsfolder voor nabestaanden ZS is te vinden op de site www.zorgsaam.org/ziekenhuis/patientfolders/obductie.

Het aanmelden van een obductie kunt u doen door een volledig ingevuld en ondertekend obductieformulier en toestemmingsformulier te mailen naar Pathan BV, info@pathan.nl.  Alleen volledig ingevulde en ondertekende aanvragen worden in behandeling genomen. Daarnaast dienen deze formulieren ook bij het lichaam aanwezig te zijn.

Alvorens een obductie aangevraagd wordt, moet een aantal zaken worden geverifieerd:

 

1. Is er sprake van een natuurlijke dood?

Natuurlijk overlijden is niet bij de wet gedefinieerd, maar een bruikbare omschrijving is overlijden, uitsluitend ten gevolge van een spontane ziekte of ouderdom. Indien een persoon overlijdt t.g.v. een ziekte die niet spontaan is opgelopen (b.v. infectie opgelopen op een bloemenveiling, hartinfarct ontstaan aansluitend aan een ruzie) of voortvloeit uit een trauma (b.v. collumfractuur) of vergiftiging, is er sprake van een niet-natuurlijke dood.

 

Er is slechts één uitzondering op het spontane karakter van overlijden en dat is indien het overlijden volgt na complicaties van zich lege artis medisch handelen.

 

Bij verdenking op een niet-natuurlijke dood dient een (behandelend) arts onmiddellijk de gemeentelijk lijkschouwer (forensisch geneeskundige) te waarschuwen (Forensische Artsen Rotterdam Rijnmond – FARR 010-244 71 82).

 

Indien zulk een vermoeden eerst tijdens de sectie ontstaat, dient de sectie te worden stilgelegd en zal de patholoog de clinicus waarschuwen, waarmee overlegd moet worden hoe verder te gaan.

 

2. Indien geen natuurlijke dood: Is het lichaam vrijgegeven door de officier van justitie?

Een lichaam kan pas worden vrijgegeven nadat het in beslag is genomen. Op grond van lokale afspraken tussen de forensisch geneeskundige en het Openbaar Ministerie kan het zijn dat de forensisch geneeskundige bevoegd is bepaalde gevallen van niet-natuurlijk overlijden af te handelen zonder tussenkomst van politie of justitie (bijvoorbeeld een collumfractuur).

 

Indien een lichaam is vrijgegeven is het verstandig dit per fax te laten bevestigen door de (dienstdoende) officier van justitie. (Beter is de vraag als volgt te formuleren: Indien geen natuurlijke dood: Is het lichaam nog in beslaggenomen door de officier van justitie?)

 

In de praktijk blijkt dat een forensisch geneeskundige niet steeds bereid is om een lichaam te schouwen. Wanneer de aanvragend arts dit duidelijk op het sectie aanvraagformulier vermeld heeft, is het gewettigd de sectie aan te vangen.

 

3. Is er toestemming van de familie voor lichaamsobductie?

Uitsluitend indien er toestemming is van de wettelijke vertegenwoordiger van de overledene kan een lichaamsobductie plaatsvinden. Indien de familie geen consensus kan bereiken, is het verstandig om de sectie niet te laten plaats vinden.

 

Indien (bij de arts) geen familie bekend is en de arts toch graag een sectie wil, is het mogelijk dat bijvoorbeeld de burgemeester toestemming geeft voor een sectie. In de praktijk is enkele malen gebleken dat geruime tijd na het overlijden alsnog nabestaanden door de politie zijn gevonden en dat het feit dat dan zonder toestemming een sectie is verricht aanleiding kan zijn tot het (dreigen van) indienen van schadeclaims.

 

4. Is er een indicatie voor een schedelobductie?

Een schedelsectie kan niet altijd onzichtbaar geschieden (bijvoorbeeld wanneer de patiënt weinig hoofdhaar heeft). Ziekelijke afwijkingen aan de hersenen komen zelden voor zonder dat bij leven reeds neurologische afwijkingen zijn gebleken. Daarnaast kan optimaal neuropathologisch onderzoek slechts plaats vinden indien de hersenen circa 2 weken zijn gefixeerd. Deze argumenten maken het niet zinvol om routinematig een schedelobductie te verrichten.

 

5. Is er toestemming van de familie voor een schedelobductie?

Samenhangend met vraag 4 en de recente maatschappelijke onrust omtrent het bewaren van lijkdelen na een sectie, dient de familie nadrukkelijk toestemming te verlenen voor het verrichten van een schedelobductie, waarbij de patholoog ervan uitgaat dat de behandelend arts de familie goed heeft voorgelicht over wat daar onder verstaan wordt.

Indien er sprake is van besmettelijke ziekte of verdenkingen hierop (HIV, Hepatitis C, Creutzfeldt-Jacob) wordt de obductie niet door Pathan-pathologen verricht.
Obducties betreffende overledenen met Creutzfeldt-Jacob worden uitbesteed aan de afdeling Pathologie van het UMC Utrecht. De aanvraag hiervoor verloopt echter wel via Pathan volgens het “Beleid infectie preventie” van Pathan.
Obducties betreffende overledenen met HIV of Hepatitis C) worden uitbesteed aan het EMC, accreditatie M 011.

Voor vragen hieromtrent kan men zich wenden tot de coördinator Logistiek via het algemene nummer van Pathan: 010-461 6661.

Buiten openingstijden is een patholoog bereikbaar via de telefooncentrale van het  Franciscus Gasthuis: 010-4616161

Een obductieaanvraag is pas geschied wanneer het formulier bij Pathan is gearriveerd. De obductie kan pas aanvangen indien de vragen 1, 3 en 5 met ja zijn beantwoord.